Er is een belangrijk onderscheid tussen de manier waarop het binnenklimaat gemeten wordt in een industriële dan wel een kantooromgeving:

  • In een industriële omgeving
    Beoordeling van mogelijke gezondheidsschade door klimaatsfactoren in een werkomgeving is op dit ogenblik nog steeds geregeld via de ARAB-wetgeving (Art 64, Art 148 decies2 ...).   Deze maakt gebruik van de Wet Bulb Globe Temperature-index (WBGT-index) voor de evaluatie van warmtebelasting in een werkomgeving en geeft grenswaarden op in functie van het type werk (zwaar, halfzwaar of licht werk).  Deze index is een berekende waarde op basis van de gemeten stralingstemperatuur (zwarte bol of globe temperatuur) en de gemeten natte temperatuur (Wet bulb).

  • Voor de beoordeling van koudebelasting wordt gebruik gemaakt van een droge temperatuur waarvoor tevens grenswaarden zijn opgegeven. Bij overschrijding van de grenswaarden dienen technische en organisatorische maatregelen genomen te worden. Indien na het nemen van deze maatregelen zich nog steeds overschrijdingen voordoen, dan dient men rusttijden in te voeren in functie van de aard van het werk en de mate van overschrijding.

    Op dit ogenblik ligt een voorontwerp van een nieuw KB ter vervanging van de oude ARAB-wetgeving voor, maar het Besluit laat nog steeds wachten op haar publicatie.
  • In een kantooromgeving
    Dergelijke WBGT-waarden zijn geschikt voor de beoordeling van warmtebelasting in een industriële omgeving ter preventie van gezondheidsschade. Voor de beoordeling van thermisch comfort in een gematigde omgeving zoals een kantoorgebouw zijn deze waarden evenwel niet geschikt.

    Voor de beoordeling van het comfortniveau in een kantooromgeving zijn andere criteria van toepassing die niet in Belgische Wetgeving terug te vinden zijn.  Dergelijke beoordelingen  worden uitgevoerd op basis internationale normen (NBN EN ISO 7730, NBN EN 13779, een aantal codes van goede praktijk, energieprestatieregelgeving ...)  

    Het binnenklimaat in bijvoorbeeld een kantooromgeving wordt niet alleen bepaald door de temperatuur van de ruimte (droge T°C), maar tevens door de relatieve vochtigheid (RH%), de luchtverplaatsing (m/s) en de warmte of koudestraling van technische of natuurlijke oorsprong.

Het al dan niet comfortabel aanvoelen van het binnenklimaat in een werkomgeving wordt bepaald door bovenstaande parameters. De ideale waarden voor bovenvermelde parameters zijn, in combinatie met persoonlijke gevoeligheden, tevens afhankelijk van de aard van het werk (licht, halfzwaar of zwaar werk) en de kledij die de werknemer op dat ogenblik draagt. Bovendien zijn comfortgrenzen seizoensgebonden.

Wanneer afgeweken wordt van de gestelde comfortnormen ontstaan klachten die kunnen variëren van vage klachten, concentratieverlies, hoofdpijn, geïrriteerde ogen of luchtwegen, problemen ter hoogte van de slijmvliezen ...

Beoordeling van het binnenklimaat, meer bepaald het comfortniveau, kan gebeuren via een volledige klimaatsmeting overeenkomstig NBN EN ISO 7730.  Hierbij wordt het comfortaanvoelen en het aantal te verwachten klachten berekend op basis van meting van de verschillende binnenklimaatsparameters.

Dikwijls spelen bovendien nog bijkomende factoren een rol bij het ontstaan van klachten over het binnenklimaat zoals bijvoorbeeld:

  • gebrekkige luchtkwaliteit door onvoldoende of falende ventilatie
    • opbouw van CO2 (> 1000 ppm) geven klachten van hoofdpijn
    • verhoogde kiemgetallen (allergiën, luchtwegenklachten ...)
    • opbouw van chemische stoffen (formaldehyde, stof ...)
    • ...
  • binnenakoestiek, verlichting, elektromagnetische velden ...
  • psychologische aspecten

Naast de klassieke klachten van tocht, koudegevoel of gevoel van overmatige warmte zijn er dus heel wat klachten die andere oorzaken kennen, maar die subjectief toegeschreven worden aan een slecht binnenklimaat. 

Een grondige voorafgaande analyse waarbij de mogelijke relevante oorzaken gevolgd door een aantal gerichte metingen onder de juiste omstandigheden is in dat kader belangrijk.

Ons aanbod

Groep IDEWE beschikt over de nodige apparatuur en deskundigen om bovenvermelde beoordelingen van het binnenklimaat, de warmtebelasting of koudebelasting, klachtenonderzoek ... uit te voeren.

Voor meer informatie kunt u steeds terecht bij uw preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of uw regionaal kantoor.