Op  6 mei 2010 verscheen het Koninklijk Besluit van 22 april 2010 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico's van kunstmatige optische straling op het werk.

Het doel van deze wetgeving is de negatieve effecten op ogen en huid die door kunstmatige straling bij werknemers kunnen veroorzaakt worden, te voorkomen.

Het K.B. gaat dus over bronnen die in de arbeidsomgeving optische straling uitsturen. In elk bedrijf komen dergelijke bronnen voor, maar vaak zullen het triviale, onbeduidende bronnen zijn waarvan de blootstelling steeds een stuk lager is dan de grenswaarde en die dus geen gezondheidsrisico vormen.

Kunstmatige verlichting en beeldschermen zijn hiervan voorbeelden. Deze bronnen vereisen geen grondige risicoanalyse in het kader van dit KB.

Daarnaast zijn er significante bronnen en toepassingen waar de blootstelling boven de grenswaarde wel mogelijk is en waar wel een risicoanalyse moet worden opgemaakt en gepaste preventiemaatregelen worden toegepast.

Bij deze bronnen gaat het enerzijds om functioneel en doelbewust opgewekte kunstmatige optische straling die een element in het productieproces vormt (sterke UV-lampen, sommige lasers), en anderzijds om een ongewenst, onbedoeld en onvermijdbaar bijproduct van het productieproces (lassen, opwarmen van materialen). Voor deze laatste groep bronnen zal het moeilijker zijn om over adequate gegevens te beschikken voor de risicoanalyse en preventie.

De op het eerste zicht triviale bronnen zoals kantoorverlichting en beeldschermen vormen dan wel geen risico op ernstige gezondheidsschade binnen de context van bovenvermeld KB, maar zij kunnen wel aanleiding geven tot aanzienlijke comfortproblemen die een efficiënte uitvoering van de dagtaak onmogelijk maakt.  In dat kader zijn binnen de arbeidswetgeving (ARAB) los van het KB optische straling wel minimale verlichtingssterktes uitgedrukt in lux opgegeven in functie van de aard van het lokaal en het type werk dat uitgevoerd dient te worden.  Bovendien kunnen beeldschermen en de oppervlakken of de omgeving waarin ze geplaatst worden aanleiding geven tot comfortklachten wanneer de luminatieverhoudingen (maat voor gereflecteerde lichtsterkte uitgedrukt in Candela/m2) niet voldoen aan bepaalde criteria.  Deze criteria zijn gebaseerd op internationale normen.

Ook de meer ergonomische overwegingen zoals positie van een bureau t.o.v. ramen en lamparmaturen, de tinten van apparatuur en bureauvlak, de kleur van het licht, positie van het scherm, type beeldscherm, e.d. hebben een belangrijke invloed op het al dan niet comfortable aanvoelen van de werkpost.

Ons aanbod

Groep IDEWE beschikt over de nodige expertise en apparatuur  voor de evaluatie en meting van verlichting en luminantieverhoudingen.  Voor evaluatie van risico's optische straling binnen de context van het KB optische straling beschikt IDEWE eveneens over de nodige expertise.  Indien u een beroep wenst te doen op deze dienstverlening kan u contact opnemen met het regionale kantoor.