Mensen worden dagelijks blootgesteld aan diverse geuren, die al dan niet als aangenaam, neutraal of hinderlijk worden beoordeeld. Geurappreciatie is bovendien een subjectief gegeven bij uitstek. Een geur die door een bepaald persoon bij tijdelijke waarneming als aangenaam wordt ervaren, kan bij lange blootstelling of bij hoge concentraties als uitermate hinderlijk worden aangevoeld. Zoals ook twee verschillende personen totaal anders kunnen reageren op eenzelfde geurblootstelling.

Geurhinder treedt op wanneer mensen een geur die ze in hun leefomgeving waarnemen als onaangenaam of schadelijk voor hun welzijn beoordelen. De persoon die zich overmatig gehinderd voelt, zal zijn gedrag wijzigen, bijvoorbeeld door klacht in te dienen, ramen te sluiten of minder tijd door te brengen in openlucht.

Directe gezondheidsklachten te wijten aan geurwaarneming op zich zijn moeilijk aantoonbaar. Geur heeft evenwel een belangrijke signaalfunctie en kan wijzen op de aanwezigheid van stoffen die wel een direct gevaar vormen voor de gezondheid.

Indirecte gezondheidsklachten daarentegen treden vaak op en zijn in eerste instantie dikwijls psychosomatisch van aard, eventueel met later somatische gezondheidsklachten tot gevolg. In de wetenschappelijke literatuur werden verbanden gerapporteerd tussen het optreden van ernstige geurhinder en (psycho)somatische symptomen als slapeloosheid, ademhalingsproblemen, duizeligheid, hoofdpijn, oog-, keel- en neusirritatie, allergische reacties, hoest, hijgen, maagklachten, pijn in de borst als gevolg van stress, tot depressie.

In tegenstelling tot luchtverontreiniging kan geurhinder vaak gelinkt worden aan een specifieke bron. Gekende bronnen van periodieke of permanente geurhinder zijn de intensieve veeteeltbedrijven, waterzuiveringstations, bepaalde voedingsindustrieën, centra voor afvalverwerking en de chemische industrie.

De blootstelling aan geur in de algemene leefomgeving is meestal minder intens dan deze die zich kan voordoen in de werkomgeving. Door de langere duur van de geurwaarneming en lagere 'controle' door de gehinderde over de blootstelling, wordt geurhinder door de burger beschouwd als een pertinent milieuprobleem. Volgens onderzoek door de overheid zou in Vlaanderen ruim 15 % van de bevolking zich op één of andere manier gehinderd voelen door geuren afkomstig van allerlei activiteiten.

Geurmeting en regelgeving

Er bestaan momenteel technieken die toelaten  om geuren objectief te meten en het risico op geurhinder tot op zekere hoogte te kwantificeren. Deze methoden zijn gebaseerd op chemische analyse, olfactometrie, statistisch onderzoek en modellering. Geurnormering blijft voor de wetgever evenwel een zeer moeilijk gegeven en wordt in de praktijk enkel toegepast in de veeteeltsector. Elders doet men een beroep op de toepassing van goede praktijken voor geurvoorkoming, best beschikbare technieken voor geurbestrijding of legt men in de milieuvergunning eenvoudige afstandsregels op.

Ons aanbod

De milieudeskundigen van de Groep IDEWE kunnen u bijstaan om het milieubeleid van uw onderneming in goede banen te leiden.

Voor meer informatie, neem contact op met uw regionaal kantoor.