Niet-ioniserende straling is de straling die zo zwak is dat deze niet in staat is om ionisatie te veroorzaken. Het omvat de extreem lage frequenties, de intermediaire frequenties, de radiofrequente en microgolf straling en (een deel van) de ultraviolette straling en de infraroodstraling. Vooral de micro- en radiogolven en extreem lage frequenties zijn het meest besproken. Bronnen van velden met extreem lage frequentie zijn de productie, transport en distributie van elektriciteit en alle elektrische toestellen. Micro- en radiogolven worden door de mens gebruikt voor o.a. telecommunicatie zoals zendinstallaties van radio, tv, mobilofonie en de mobiele telefoontoestellen (GSM's) zelf.

Zie ook elektromagnetische velden

Ioniserende straling wordt in de volksmond vaak radioactieve straling genoemd, maar dit is eigenlijk een verkeerde naam. De straling zelf is namelijk niet radioactief. De straling is het gevolg van radioactiviteit, het gevolg van het spontane uiteenvallen van atomen.
Personen die blootgesteld zijn aan ioniserende straling, worden in categorieën onderverdeeld.

  • Voorbeelden van categorie A blootgestelden
    Personeel van radiografie, nucleaire geneeskunde, radiotherapie, bepaalde laboratoria, angiografie, hartcatheterisatie, personeel van operatiezalen. Deze personen werken in een gecontroleerde zone.
  • Voorbeelden van categorie B blootgestelden
    Personeel van bepaalde laboratoria waar slechts met zeer kleine hoeveelheden radioactiviteit gewerkt wordt en bovendien met radio-isotopen die weinig toxisch zijn.  Deze personen werken in een bewaakte zone.
Ons aanbod
  • preventief medisch onderzoek, door of onder supervisie van een erkende geneesheer
  • advies rond gebruik van correct persoonlijke beschermingsmiddelen

Voor meer informatie, neem contact op met ons regionaal kantoor.