Mentaal welzijn na corona

Cijfers IDEWE: stress en burn-outrisico blijven negatief evolueren, ook na coronatijdperk

Werknemers in België ervoeren in 2023 lichtjes meer stress, emotionele uitputting en distantie, en liepen een hoger burnout-risico, dan in 2022. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van IDEWE, de grootste Belgische externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, op basis van de periodieke RAPSi (risicoanalyse psychosociale aspecten) die IDEWE afgelopen jaar bij ruim 35.000 werknemers in ons land uitvoerde.

  • RAPSi-bevraging bij ruim 35.000 werknemers in België wijst op sterk negatieve tienjarentrend
  • Opvallend: schijnbaar geen invloed op (stabiel gebleven) algemene tevredenheid en blijfintentie
  • 2021 – tweede coronajaar - piekjaar

Tabel-Onwelzijnsparameters-IDEWE.png

"Over alle onwelzijnsparameters heen stellen we vast dat de cijfers in 2023 lichtjes stegen tegenover 2022”, zegt Lode Godderis, CEO bij IDEWE en professor Arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven. “Er is wel een verbetering tegenover 2021, maar in het algemeen is vooral de sterk negatieve algemenere trend de voorbije tien jaar onrustwekkend. Het percentage mensen dat een hoge mate van de onwelzijnsparameters ervaart, is sinds 2014 telkens met ongeveer 40 procent gestegen.”

15,5 procent van de betrokken werknemers liep in 2023 een ‘hoog burnout-risico’, terwijl dat in 2014 slechts 10,8 procent was – een stijging met ruim 40 procent. Het aantal mensen dat ‘hoge emotionele uitputting’ ervoer, steeg van 22,8 naar 30,8 procent, en ‘hoge distantie’ (twijfelen aan het nut van je werk of verminderd enthousiasme over je werk) ging van 14,7  naar 21,6 procent – allemaal gelijkaardige stijgingen dus. Voor ‘hoge stress’ wijzen de cijfers sinds 2020 ook op een stijging, maar daarvoor zijn geen cijfers van voordien beschikbaar.

Tevredenheid en blijfintentie wél stabiel

Extra opvallend is dat het toegenomen onwelzijn nauwelijks invloed lijkt te hebben gehad op de algemene tevredenheid van werknemers over hun werksituatie of hun blijfintentie. Zo was 81,8 procent in 2023 ‘eerder tevreden, tevreden of heel tevreden’ over hun algemene werksituatie (tegenover 80,3 in 2014) en had 69,3 procent een hoge blijfintentie (69,8 in 2014). 

“Ook jaar-op-jaar zien we weinig schommelingen, en dus kunnen we van een sterke stabiliteit spreken op dat vlak”, interpreteert Lode Godderis. “De sterke toename van bijvoorbeeld stress en emotionele uitputting heeft er dus geen zichtbare impact op. Dat is onder andere te verklaren door het feit dat tevredenheid over de jobinhoud vaak doorslaggevend is: wie betekenisvol werk heeft, heeft niet snel de neiging om het werk te verlaten. Ook weerhoudt het gevoel van jobonzekerheid mensen ervan het werk te verlaten, ook als ze hoge mate van onwelzijn ervaren. Dat betekent echter niet dat werkgevers er niet alle belang bij hebben om bijvoorbeeld rond stress en burn-out te werken: hoewel werknemers door deze parameters niet sneller van werkgever lijken te willen veranderen, lopen ze wel een veel hoger risico op uitval of lage performantie – dat is niet alleen heel jammer voor hen persoonlijk, maar heeft ook impact op collega’s en het succes van de organisatie.”

2020 géén, maar 2021 wél piekjaar

Ook opvallend is het verschil tussen 2020 en 2021, respectievelijk het eerste en tweede coronajaar: de piek in onwelzijn door de coronamaatregelen kwam er niet in 2020, dat op dit gebied een middelmatig jaar was, maar pas in 2021.