null Bescherm borstvoeding – een gedeelde verantwoordelijkheid

Bescherm borstvoeding – een gedeelde verantwoordelijkheid

- Gezonde werkomgeving | Arbeidsorganisatie

Expert Preventieadviseur arbeidsarts Tine Gregoor

Week van de borstvoeding van 1 tot en met 7 augustus

“Borstvoeding is een van de beste investeringen om zowel de gezondheid en de sociale en economische ontwikkeling te bevorderen als levens te redden”, zegt arbeidsarts Tine Gregoor van IDEWE. “Vandaar dat het ook op de werkvloer belangrijk is om erover na te denken.” De Wereld Borstvoedingsweek met als thema ‘Bescherm borstvoeding – een gedeelde verantwoordelijkheid’ is dus het ideale ogenblik om na te denken hoe uw bedrijf daaraan kan meewerken.

borstvoedingskamer

Borstvoeding zorgt voor een betere gezondheid, ontwikkeling en overleving van baby’s en meer welzijn van jonge kinderen en hun moeders, zowel op korte als lange termijn. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en UNICEF adviseren daarom om kinderen binnen het eerste uur na de geboorte borstvoeding te geven. Moeders gaan hier best minstens 6 maand exclusief mee door. Nadien, tot het kind minstens 2 jaar oud is, best in combinatie met andere evenwichtige voeding. 

Inzetten op borstvoeding past bovendien binnen de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. “Borstvoeding is immers meer dan enkel voeding”, zegt Tine Gregoor. “Het biedt zuigelingen troost, comfort, en geborgenheid en zorgt voor een betere hechting tussen moeder en kind. Het IQ van baby’s die borstvoeding kregen zou zelfs 2.6 punten hoger zijn. Bovendien geeft moedermelk antistoffen tegen ziektes door. Recent onderzoek toont aan dat in de borstvoeding van moeders die een coronavaccin kregen méér antistoffen zitten dan in de melk van moeders die COVID-19 doormaakten. Het heeft bijgevolg ook een positief effect  op het ziekteverzuim en op het aantal kinderen die ziek worden en de afwezigheid van hun ouders op het werk. Niet onbelangrijk, nu we zien dat sinds de coronapandemie kinderdagverblijven en scholen sneller zieke kinderen weigeren.”
 

Lactatieverlof

Als werkgever bent u verplicht om met hulp van de arbeidsarts een moederschapsbeleid op te stellen om zwangere vrouwen, moeders die borstvoeding geven en hun (ongeboren) kinderen te beschermen. De arbeidsarts zal in het kader daarvan oordelen of uw werkneemsters tijdens hun werk blootgesteld kunnen worden aan stoffen of omstandigheden die risico’s inhouden voor de gezondheid van hun baby of voor de borstvoeding zelf. In dat geval kan aangepast werk een optie zijn. Is dit echter onmogelijk, dan kunnen werkneemsters tot maximaal vijf maanden na de bevalling preventief (profylactisch) borstvoedingsverlof krijgen. De uitkering via de ziekte- en invaliditeitsverzekering of de beroepsziekteverzekering bedraagt dan 60% van het brutoloon.

“Ook als de arbeid geen risico vormt voor de borstvoeding of de gezondheid van de baby, kan u als werkgever toch individueel borstvoedingsverlof toestaan. Dat is in de regel onbezoldigd, tenzij een CAO andere voorwaarden voorziet. De duur van dit verlof wordt dan individueel afgesproken of bepaald door een CAO.”

Borstvoedingspauze

“Werkneemster die na hun moederschapsrust of lactatieverlof de borstvoeding wil verderzetten, hebben volgens cao 80 recht op borstvoedingspauzes tot hun kind 9 maand oud is. Een arbeidsdag van 4 uur of langer, geeft recht op 1 pauze van een half uur. Vanaf 7 en een half uur werk, krijgt de werkneemster 2 pauzes van een half uur. De duur van de pauzes telt mee in de duur van de prestaties van de arbeidsdag en wordt betaald door de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Uit cijfers van het RIZIV blijkt dat het aantal vrouwen dat van die mogelijkheid gebruikmaakt, tussen 2013 en 2018 steeg van 1.206 naar 2.148.”

Borstvoedingslokaal

borstvoedingskamer

Als werkgever moet u er ook voor zorgen dat moeders op de werkvloer ongestoord kunnen kolven of borstvoeding kunnen geven. De inrichting van een borstvoedingslokaal gebeurt na overleg met de preventieadviseur of arbeidsarts al voorziet de wet enkele minimumvereisten. 

  • Er moet een comfortabele stoel ter beschikking zijn en een koelkast, die idealiter uitgerust is met een vriesvak om koelelementen in te bewaren.
  • De ruimte mag geen inkijk bieden, moet zich op een onopvallende plaats bevinden en afgesloten kunnen worden.
  • Het vertrek is voldoende verlicht, verlucht en verwarmd. 
  • Er moet koud en warm water beschikbaar zijn.

“In de praktijk is deze ruimte vaak een EHBO-lokaal”, aldus Tine Gregoor. “Voor werkgevers van een klein bedrijf, waar onvoldoende plaats is, voorziet de wet dat het lokaal ook elders, op korte afstand van de werkplek, ingericht mag worden.  Misschien is de woonplaats of de crèche van uw werkneemster bijvoorbeeld nabij. Of misschien kan de moeder tijdelijk telewerken. Hoe dan ook is de preventieadviseur de aangewezen persoon om een passende ad hocoplossing te bespreken.”

Lees ook: Wat zegt uw risicoanalyse over zwangerschap en borstvoeding geven?
 

Downloads

Blijf altijd op de hoogte: schrijf u in op de IDEWE-nieuwsbrief

 

Met duiding van autonome experts, én in heldere taal!

Blijf mee met alle ontwikkelingen in welzijn & preventie

Ontvang als eerste updates rond wetswijzigingen