null Werkgevers moeten op zoek naar ziekmakers in de lucht

Werkgevers moeten op zoek naar ziekmakers in de lucht

- Ergonomisch werken | Gezonde werkomgeving | Risicoanalyse | Infrastructuur | Ergonomie op kantoor

Expert Jan Van Bouwel

Disciplineverantwoordelijke Arbeidshygiëne

Binnenluchtkwaliteit is meer dan alleen “Voldoende verse lucht” volgens de vernieuwde codex

Volgens het koninklijk besluit van 2 mei tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk inzake de ‘binnenluchtkwaliteit in werklokalen’ moeten werknemers over een goede binnenluchtkwaliteit beschikken. Hierbij ligt de focus niet enkel op ‘voldoende verse lucht’. “Ook bronnen van verontreiniging moeten voortaan actief moeten aangepakt worden”, zegt disciplineverantwoordelijke Arbeidshygiëne Jan Van Bouwel van IDEWE.

Klachten zullen dus vaak al afnemen door algemene verbetering van de ventilatie en een aangepaste luchtvochtigheid

Het welbevinden van mensen in gebouwen hangt af van verschillende factoren. “Hoofdpijnklachten bijvoorbeeld worden immers niet alleen veroorzaakt door een te hoog CO2-gehalte”, aldus Van Bouwel. “Heel wat klachten zijn vaak te wijten zijn aan of worden versterkt door de aanwezigheid van schadelijke  stoffen of aanwezigheid van schimmels en bacteriën. Die kunnen afkomstig zijn van zowel interne als externe bronnen. Vervuilingen kunnen binnenkomen via het verluchtingssysteem. Schimmels of bacteriën kunnen groeien in HVAC installaties of door vochtproblemen, maar ook de mens zelf vormt een bron van chemische of biologische agentia. Ook apparaten zoals fotokopieertoestellen produceren chemische stoffen en ook uit de gebruikte bouw- en afwerkingsmaterialen kunnen diverse stoffen vrijkomen.”

“In combinatie met een lage luchtvochtigheid, die de slijmvliezen uitdroogt, stijgt de gevoeligheid van de gebruikers van het gebouw voor dergelijke vervuilingen. Klachten zullen dus vaak al afnemen door algemene verbetering van de ventilatie en een aangepaste luchtvochtigheid, maar wegnemen van de werkelijke bronnen of in geval van nieuwbouw het vermijden ervan is tevens een must.”

Verplichte risicoanalyse

De werkgever dient vooral aan te tonen dat de gezondheid en het welzijn van de werknemers gegarandeerd is.

De aanpassing in de codex benadrukt het belang van opsporing van de mogelijke bronnen van verontreiniging. Werkgevers zijn verplicht om een risicoanalyse uit te voeren van de binnenluchtkwaliteit. Ze moeten daarbij rekening houden met:

  • de aanwezigheid en fysieke activiteit van personen,
  • de producten en materialen die in de werklokalen aanwezig zijn,
  • het onderhoud,
  • het herstel en de reiniging van de arbeidsplaatsen
  • en dus ook de kwaliteit van de aangevoerde lucht.

“Op basis van de analyse moet de werkgever maatregelen treffen waardoor de CO2-concentratie in de lokalen gewoonlijk lager is dan 900 ppm. Dit stemt overeen met een minimum ventilatiedebiet van 40 m3 per uur per aanwezige persoon. Als de werkgever evenwel kan aantonen dat de werknemers een gelijkwaardige of betere bescherming genieten door het uitschakelen of verminderen van zoveel mogelijk verontreinigingsbronnen, dan mag de CO2-concentratie in de werklokalen oplopen tot 1.200 ppm. Dat staat gelijk aan een minimum ventilatiedebiet van 25 m3 per uur per aanwezige persoon. Nieuwbouw moet onmiddellijk aan deze eisen voldoen. Eigenaars van bestaande gebouwen daarentegen moeten een planning opmaken om de situatie geleidelijk aan te verbeteren.”

“Ook voor de vereiste luchtvochtigheid bij aanwezigheid van actieve ventilatie is in de aangepaste wetgeving meer ruimte gelaten voor een pragmatische aanpak. De werkgever dient vooral aan te tonen dat de gezondheid en het welzijn van de werknemers gegarandeerd is.”

Evenwicht tussen voldoende luchtkwaliteit en energieprestatie

“De aanpassingen zijn een hele verbetering omdat de nieuwe regels toelaten om rekening te houden met criteria uit andere wetgeving. De wijzigingen liggen bijvoorbeeld in lijn met de bepalingen van de EN 16798 over Energieprestatie van gebouwen. Daarin wordt eveneens vertrokken van een evenwicht tussen welzijn en de eisen naar duurzaamheid en energieprestatie. Zo was er aanvankelijk sprake om 800 ppm CO2 als norm te weerhouden maar dat bleek niet realistisch in combinatie met de gangbare praktijken die naar een evenwicht streven tussen voldoende luchtkwaliteit en energieprestatie.”

Voor meer informatie over de nieuwe normen, kan u onze experten contacteren.